Medezeggenschap komt van twee kanten

Gepubliceerd op: vrijdag 16 december, 2016

Vanaf 1 januari 2017 krijgen medezeggenschapsraden een aantal nieuwe bevoegdheden. De medezeggenschapsraad kan voortaan de nietigheid van besluiten inroepen wanneer niet om de vereiste instemming is gevraagd.

Voor bestaande bevoegdheden wordt soms een gewijzigd, minder juridisch traject uitgezet, zoals bij nalevingszaken. Niet langer is de gang naar de Ondernemingskamer de aangewezen route; dat kan voortaan ‘gewoon’ via de Landelijke Commissie voor Geschillen.

Voorkom onenigheid

Het eenvoudiger dan wel mogelijk maken van deze twee zaken, naleving eisen en een beroep doen op nietigheid, lijkt te wijzen op narigheid en onenigheid in medezeggenschapsland. Wanneer we alleen kijken naar het aantal medezeggenschapsgeschillen dat in 2016 werd aangemeld bij de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS, kunnen we voorzichtig vaststellen dat het allemaal wel meevalt.

Maar als we naar de aard en herkomst van veel aan de VOO-helpdesk vragen kijken, ontstaat een ander beeld. Niet van narigheid, maar wel van zorg en soms gebrekkige samenwerking tussen de medezeggenschapsraad en directie of bestuur. En ook al horen onze adviseurs het verhaal van één kant, in veel praktische situaties kunnen we wel vaststellen dat medezeggenschap niet altijd even serieus wordt genomen.

Scholing

Wat ontbreekt er in dat samenspel van zeggenschap en medezeggenschap? In de eerste plaats kennis van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Wat is ieders rol en verantwoordelijkheid? Ondanks het grote aanbod van medezeggenchapscursussen zijn nog veel MR-leden, directeuren en bestuurders onvoldoende op de hoogte van de wettelijk geregelde bevoegdheden. Wanneer is sprake van instemming en wanneer van advies? Welke termijnen hanteren we voor het aanleveren van noodzakelijke informatie voor de MR of welke termijnen gelden om tot die instemming dan wel dat advies te komen?

Beleidsontwikkelingsproces

In de tweede plaats kan soms in de totstandkoming van een definitief voorstel niet iedereen de rol spelen die hij of zij wenst. Medezeggenschapsraden hebben regelmatig de behoefte om tijdens het proces van ontwikkeling van beleid mee te denken en te adviseren. Wanneer zo’n MR pas aan het eind een stuk voorgelegd krijgt, rest niets anders dan een formeel oordeel: instemming of niet/positief of negatief advies. De MR wordt dan niet betrokken bij de totstandkoming van het voorstel en dat kan voor de samenwerking negatief uitpakken.

Zeggenschap en medezeggenschap

De starthouding van leden van medezeggenschapsraden en het bevoegd gezag kan ook voor misverstanden en onenigheid zorgen. Wanneer de MR min of meer op de stoel van het bevoegd gezag gaat zitten of in ieder geval die suggestie wekt bij de vertegenwoordiger van dat bevoegd gezag, gaat het fout. De scheiding is helder en duidelijk, maar wordt niet altijd zo gevoeld en in de praktijk gebracht. Medezeggenschapsraden klagen vervolgens regelmatig over de starre houding van de directeur of de bestuurder, die hen niet serieus neemt, stukken te laat aanlevert en geen andere inbreng wenst dan instemming of een positief advies. Men voelt dat als ‘we mogen tekenen bij het kruisje, maar we hebben geen werkelijke inbreng’. Dat versterkt het gevoel er maar eens goed voor te gaan zitten en te kijken waar de mogelijkheden liggen voor werkelijke inbreng. Soms zijn die er niet en dan rest niets anders dan een nalevingszaak of een beroep op nietigheid.

Kennis, relatie en verwachtingen

Het is goed te weten wat gedaan kan worden als de partner (dit geldt voor zowel de MR als voor de vertegenwoordiger van het bevoegd gezag) in gebreke blijft en daar na herhaald aandringen niet op reageert. Dan is er de verzekering dat gehandeld kan worden zoals de wet mogelijk maakt. Het is als een verzekering tegen brandschade. Je hoopt hem nooit nodig te hebben, maar wat een geruststelling is het hem te hebben. In de tussentijd vraagt het te investeren in kennis, in de relatie van de betrokkenen en het uitspreken van de verwachtingen over en weer.

Ambitiegesprek

Een ambitiegesprek aan het begin van het nieuwe schooljaar kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Daarnaast is een goed en evenwichtig activiteitenplan, dat is geënt op het jaarplan van het bevoegd gezag, een onmisbaar onderdeel voor duidelijkheid omtrent de afspraken en rollen die een ieder speelt. Met het uitspreken van de wederzijdse verwachtingen en het hanteren van een evenwichtig plan is er voldoende ruimte om ieders inbreng te honoreren. Dat versterkt de medezeggenschap en draagt bij aan de kwaliteitsverbetering van de school.

Nu er vaker wordt gestaakt in het onderwijs, ontstaan er regelmatig vragen over het salaris: Moet of mag een schoolbestuur doorbetalen? En heeft de GMR een rol bij de beslissing wat er met niet-betaald salaris ...