Privacy

Op 25 mei 2018 treedt de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in werking. Deze verordening heeft allerlei consequenties voor het onderwijs en raakt aan zaken waar de medezeggenschapsraad (MR) mee te maken heeft. Welke rechten heeft een MR bij de invoering AVG?

In het onderwijs wordt net als in andere maatschappelijke sectoren gewerkt met privacygevoelige informatie. Er wordt gebruikt gemaakt van digitale lesmethodes, leerlingvolgsystemen en apps waarmee met ouders wordt gecommuniceerd. De persoonsgegevens van leerlingen, personeel en ouders zijn op allerlei manieren beschikbaar en met de invoering van de AVG moeten scholen voldoen aan regels die de privacy van de betrokkenen beschermen.

Onderwijs en privacy

Scholen hebben op verschillende manieren met de AVG te maken. Zo moet een school duidelijk kunnen maken waarom persoonsgegevens worden vastgelegd. De vastlegging van gegevens mag slechts na actieve en ondubbelzinnige toestemming van de betrokkenen; bij leerlingen tot 16 jaar zijn dat de ouders. Een school mag alleen gegevens vastleggen en bewaren die hij actief nodig heeft en betrokkenen krijgen veel meer rechten met betrekking tot inzage, wijziging, overdracht en verwijdering van persoonsgegevens. En als externe partijen persoonsgegevens verwerken waar de school verantwoordelijk voor is, bijvoorbeeld het gebruik van leerling-gegevens bij digitale methoden, moet dat worden vastgelegd in een overeenkomst.

Rol van de MR bij de AVG

De MR heeft verschillende rechten als het gaat om de AVG. In de eerste plaats is dat het recht op informatie; hoe wordt de AVG op stichtings- en schoolniveau uitgewerkt en welke consequenties heeft dat voor ouders, leerlingen en personeel? Wordt bijvoorbeeld de leerlingenadministratie aangepast en hoe zit het met het gebruik van foto- en filmmateriaal op school? Het personeelsdeel van de (G)MR heeft een instemmingsrecht op de vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van het personeel (WMS artikel 12, lid 1, sub m). Op grond van WMS artikel 13, lid 1, sub i heeft de oudergeleding in het primair onderwijs dezelfde bevoegdheid, maar dan ten aanzien van ouders en leerlingen. In het voorgezet onderwijs moet zowel de oudergeleding als de leerling-geleding instemmen met wijzigingen rondom verwerken en beschermen van persoonsgegevens (WMS artikel 14, lid 2 sub f en WMS artikel 14, lid 3 sub d).

Er is meer informatie beschikbaar op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.