Voortgezet onderwijs

Het voortgezet onderwijs is de overkoepelende term voor het onderwijs wat volgt op het primair onderwijs. Lees hier meer over de keuze voor een school in het voortgezet onderwijs. In het voortgezet onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo.


Elk niveau heeft zijn eigen kenmerken, keuzerichtingen en vervolgonderwijs. Lees bij elk van de onderstaande kopjes meer over de kernmerken op dat niveau. Na het voortgezet onderwijs gaan leerlingen naar het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs of komen op de arbeidsmarkt terecht.


  • Praktijkonderwijs

    Het praktijkonderwijs is er voor leerlingen waarvoor een van de leerrichtingen in het vmbo te hoog gegrepen is. In het praktijkonderwijs worden leerlingen opgeleid op gebied van werken, wonen, burgerschap en vrije tijd. Er wordt dus toegewerkt naar het verwerven van een positie op de arbeidsmarkt, maar daarnaast worden ook lessen gegeven over hoe wonen werkt, over burgerschap en besteding van vrije tijd. Een deel van de leerlingen in het praktijkonderwijs stroomt door naar niveau 1 van het vmbo. Er is geen vaste duur van het praktijkonderwijs (vaak een duur van vijf jaar), maar het eindigt altijd bij 18 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan de Onderwijsinspectie een uitzondering maken.

    Een kind wordt in het praktijkonderwijs toegelaten na een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) van het samenwerkingsverband. Deze wordt aangevraagd door de praktijkschool en vaak is ook de basisschool bij deze aanvraag betrokken. Meer informatie hierover vindt u op de website van Ouders & Onderwijs.

    Op het praktijkonderwijs is sprake van persoonlijke en intensieve begeleiding. In de basis leren kinderen basisvaardigheden als lezen en schrijven en worden algemene vakken gegeven. Na de basis wordt er gericht op het toewerken naar een situatie na het praktijkonderwijs. Er zijn drie soorten vakken:

    • algemene vakken, zich richtend op basisvaardigheden die ook in het vmbo onderwezen worden;
    • vakken die gaan over persoonsontwikkeling van de leerling;
    • vakken gericht op de beroepspraktijk, zoals stage.

  • Vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs)

    Het vmbo staat voor ‘voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs’ en bereidt leerlingen, zoals in de naam staat, voor op het middelbaar beroepsonderwijs. Het vmbo is een vierjarige opleiding, die in principe van direct na de basisschool tot aan het zestiende levensjaar duurt. Er zijn vier leerwegen in het vmbo:

    • de basisberoepsgerichte leerweg (BB), die bedoeld is voor de meest praktisch ingestelde leerlingen;
    • de kaderberoepsgerichte leerweg (KB), die bedoeld is voor leerlingen die theoretische kennis opdoen door praktische bezig te zijn;
    • de gemengde leerweg (GL), voor leerlingen die zich willen voorbereiden op een specifiek beroep of specifieke beroepen;
    • de theoretische leerweg (TL), voor leerlingen die zich vooral willen focussen op theorie en daarbij behorende beroepen.

    In het vmbo bestaat een gemeenschappelijk deel aan vakken die elke leerling moet volgen. Dit gaat om Nederlands, Engels, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en beeldende vorming (muziek, dans of drama). Daarnaast is er een sectordeel, waarbij de leerling een keuze maakt uit verschillende richtingen (programma’s) die scholen bieden. Afhankelijk van de school kunnen verschillende richtingen worden gekozen. In het eerste en tweede leerjaar volgen leerlingen een basisvorming. In het derde en vierde leerjaar maken vmbo-leerlingen toetsen en opdrachten die meetellen voor het schoolexamen. Aan het einde van het vierde jaar zijn er eindexamens, zowel praktisch als schriftelijk.

    Voor leerlingen die extra begeleiding kunnen gebruiken bij het behalen van hun diploma is er de zogeheten leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) binnen het vmbo. Leerlingen die moeite hebben met theorievakken kunnen het leerwerktraject volgen, waarbij de leerling vaker buiten de schoolomgeving leert, bij een bedrijf of instelling.


  • Havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs)

    Het havo staat voor ‘hoger algemeen voortgezet onderwijs’ en is een vijfjarige opleiding, in principe van 12 tot 17 jaar. Havo bereidt leerlingen voor op het hoger beroepsonderwijs, wat net als het wetenschappelijk onderwijs deel uit maakt van het hoger onderwijs. Havo kent niet verschillende leerwegen zoals in het vmbo.

    In de eerste drie leerjaren van de havo volgt elke havo-leerling een vastgesteld programma. Voor aanvang van het vierde jaar op school kiest elke leerling een persoonlijk vakkenpakket op basis van vier profielen:

    • Cultuur en Maatschappij;
    • Economie en Maatschappij;
    • Natuur en Gezondheid;
    • Natuur en Techniek.

    Elk profiel bestaat uit een aantal onderdelen. Allereerst is er het gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is. Dit gaat bijvoorbeeld om vakken als maatschappijleer, Nederlands en Engels. Daarnaast is er een profieldeel dat elk van de profielen kenmerkt. Dit zijn vaste vakken die bij elk profiel horen. Vervolgens is er ook een vrij deel binnen het profiel. Zo kan er gekozen worden uit een twee of meerdere vakken die binnen het profiel passen. Vervolgens is er ook nog een geheel vrij deel, waar leerlingen alle beschikbare vakken mogen kiezen. Doe ook de Profielkeuzetest voor havo/vwo!


  • Vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs)

    Het vwo staat voor ‘voorbereidend wetenschappelijk onderwijs’ en bereidt, zoals de term suggereert, voor op het wetenschappelijk onderwijs (wo), wat deel is van het hoger onderwijs in Nederland. Het vwo kent een tweetal hoofdrichtingen:

    • het atheneum;
    • het gymnasium.

    Het grootste verschil tussen het atheneum en het gymnasium is dat er op het gymnasium Latijn en Grieks worden gegeven, die op het atheneum niet in het standaard vakkenpakket zitten. Zodra er op het basisonderwijs een vwo-advies wordt gegeven, zullen de ouders, de leerling en de leerkracht met elkaar moeten bepalen of atheneum of gymnasium het beste bij de leerling past.

    Net als op de havo volgt elke vwo-leerling drie jaar een vastgesteld programma, waarna de leerling een van de vakkenpakketten kiest:

    • Cultuur en Maatschappij;
    • Economie en Maatschappij;
    • Natuur en Gezondheid;
    • Natuur en Techniek.

    Ook hier bestaat het profiel uit verschillende onderdelen, net als op het havo. Doe ook de Profielkeuzetest voor havo/vwo!


Janny Arends
Senior beleidsadviseur

Janny is senior beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap.

Meer over Janny

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

De VOO vertegenwoordigt ouders, personeelsleden en leerlingen in het openbaar onderwijs. Vanuit onze idealen hebben we de verschillende politieke partijen input gestuurd voor hun verkiezingsprogramma's. Lees de ...