Beste bezoeker, in verband met de zomervakantie is de VOO tot en met 21 augustus niet bereikbaar. We wensen u een prettige zomer(vakantie) toe.

Verklaring Omtrent Gedrag

Voor het laatst bewerkt op: woensdag 26 januari 2022

Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) is een verklaring waarmee een persoon aantoont dat hij of zij goed gedrag vertoont en daarom geschikt kan zijn voor een bepaalde functie. Maar wanneer is deze verklaring in het onderwijs verplicht? Lees er hier meer over.


Wat is een VOG?

Een VOG, of Verklaring Omtrent Gedrag, is een document dat aantoont dat het gedrag van een persoon geen belemmering vormt voor het uitvoeren van een bepaalde functie. Soms is een VOG verplicht, zoals bij veel functies in het onderwijs. En soms kan een werkgever een VOG vragen van een potentieel werknemer, zonder dat hier een wettelijke verplichting aan gekoppeld is. De VOG moet bij de gemeente worden aangevraagd en kost geld. Kijk op de site van uw gemeente voor meer hierover.

De werknemer zelf is degene die de VOG, in opdracht van de werkgever, aanvraagt. Het document wordt alleen afgegeven door Justis, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De VOG wordt alleen verleend als uit onderzoek blijkt dat de aanvrager van de VOG geen strafbare feiten heeft gepleegd en op zijn naam heeft staan. Is de aanvrager van de VOG wel in aanraking geweest met Justitie, dan wordt hiernaar gekeken. En kan de VOG dus worden afgewezen.


Voor wie is een VOG verplicht?

In het onderwijs is een Verklaring Omtrent Gedrag verplicht voor een aantal type werknemers. In het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs geldt dit voor:

  • leraren;
  • directeuren en rectoren;
  • onderwijsondersteunende functionarissen;
  • externe leraren;
  • externe onderwijsondersteunende functionarissen;
  • Leraren in Opleiding (LIO) en Onderwijsassistenten in Opleiding, die met een leerarbiedsovereenkomst als werknemer zijn benoemd, en
  • overblijfmedewerkers.

Deze verplichtingen zijn opgenomen in de verschillende wetten die gelden voor het funderend en beroepsonderwijs. In de volgende wetsartikelen kunt u vinden dat een VOG bij bovenstaande groepen verplicht is.

  • Wet op het Primair Onderwijs: Artikel 3, 3a, 32 en 45
  • Wet op de Expertisecentra: Artikel 3, 3a, 32
  • Wet op het Voortgezet Onderwijs: Artikel 2a, 33, 34 en 35
  • Wet Educatie en Beroepsonderwijs: Artikel 4.2.1 en 4.2.2

Welke verdere voorwaarden zitten er aan een VOG?

Als een VOG bij de werkgever wordt ingeleverd, mag deze niet ouder dan zes maanden zijn. Bij VOG’s voor overblijfmedewerkers is deze termijn twee maanden. Tevens dient het originele document te worden overlegd, zodat de werkgever deze op echtheid kan controleren.

Verder geldt in het onderwijs dat de VOG in principe geen einddatum/geldigheidsduur heeft. Volgens de wet hoeft deze dus niet na enkele jaren opnieuw te worden aangevraagd als het personeelslid bij dezelfde werkgever blijft. Bij het wisselen van werkgever moet in veel gevallen een nieuwe VOG worden aangevraagd. Ook kan een werkgever na een bepaald aantal jaren om een nieuwe VOG vragen.

Meer vragen en antwoorden over de VOG vindt u op de website van de Onderwijsinspectie. Een vraag over de VOG? Leden van de VOO kunnen hun vragen altijd stellen aan de VOO Helpdesk.


Bram Buskoop
Beleidsadviseur

Bram is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap en kansengelijkheid.

Meer over Bram

MR Academie

De MR Academie is dé e-learning omgeving voor alle MR-leden in het onderwijs. Volg een gratis demonstratie!

Bekijk cursus

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

Raadpleeg de VOO Helpdesk

Voor alle vragen over onderwijs en medezeggenschap kunnen leden van de VOO terecht bij de helpdesk.

Helpdesk