Verklaring Omtrent Gedrag

Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) is een verklaring waarmee een persoon aantoont dat hij of zij goed gedrag vertoont en daarom geschikt kan zijn voor een bepaalde functie. Maar wanneer is deze verklaring in het onderwijs verplicht? Lees er hier meer over.


Wat is een VOG?

Een VOG, of Verklaring Omtrent Gedrag, is een document dat aantoont dat het gedrag van een persoon geen belemmering vormt voor het uitvoeren van een bepaalde functie. Soms is een VOG verplicht, zoals bij veel functies in het onderwijs. En soms kan een werkgever een VOG vragen van een potentieel werknemer, zonder dat hier een wettelijke verplichting aan gekoppeld is. De VOG moet bij de gemeente worden aangevraagd en kost geld. Kijk op de site van uw gemeente voor meer hierover.

De werknemer zelf is degene die de VOG, in opdracht van de werkgever, aanvraagt. Het document wordt alleen afgegeven door Justis, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De VOG wordt alleen verleend als uit onderzoek blijkt dat de aanvrager van de VOG geen strafbare feiten heeft gepleegd en op zijn naam heeft staan. Is de aanvrager van de VOG wel in aanraking geweest met Justitie, dan wordt hiernaar gekeken. En kan de VOG dus worden afgewezen.


Voor wie is een VOG verplicht?

In het onderwijs is een Verklaring Omtrent Gedrag verplicht voor een aantal type werknemers. In het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs geldt dit voor:

  • leraren;
  • directeuren en rectoren;
  • onderwijsondersteunende functionarissen;
  • externe leraren;
  • externe onderwijsondersteunende functionarissen;
  • Leraren in Opleiding (LIO) en Onderwijsassistenten in Opleiding, die met een leerarbiedsovereenkomst als werknemer zijn benoemd, en
  • overblijfmedewerkers.

Deze verplichtingen zijn opgenomen in de verschillende wetten die gelden voor het funderend en beroepsonderwijs. In de volgende wetsartikelen kunt u vinden dat een VOG bij bovenstaande groepen verplicht is.

  • Wet op het Primair Onderwijs: Artikel 3, 3a, 32 en 45
  • Wet op de Expertisecentra: Artikel 3, 3a, 32
  • Wet op het Voortgezet Onderwijs: Artikel 2a, 33, 34 en 35
  • Wet Educatie en Beroepsonderwijs: Artikel 4.2.1 en 4.2.2

Welke verdere voorwaarden zitten er aan een VOG?

Als een VOG bij de werkgever wordt ingeleverd, mag deze niet ouder dan zes maanden zijn. Bij VOG’s voor overblijfmedewerkers is deze termijn twee maanden. Tevens dient het originele document te worden overlegd, zodat de werkgever deze op echtheid kan controleren.

Verder geldt in het onderwijs dat de VOG in principe geen einddatum/geldigheidsduur heeft. Volgens de wet hoeft deze dus niet na enkele jaren opnieuw te worden aangevraagd als het personeelslid bij dezelfde werkgever blijft. Bij het wisselen van werkgever moet in veel gevallen een nieuwe VOG worden aangevraagd. Ook kan een werkgever na een bepaald aantal jaren om een nieuwe VOG vragen.

Meer vragen en antwoorden over de VOG vindt u op de website van de Onderwijsinspectie. Een vraag over de VOG? Leden van de VOO kunnen hun vragen altijd stellen aan de VOO Helpdesk.


Janny Arends
Senior beleidsadviseur

Janny is senior beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap.

Meer over Janny

MR en Werkverdelingsplan

Tijdens deze cursus krijgt u inzicht in het werkverdelingsplan en weet u welke vragen u erover kunt stellen.

Bekijk cursus

Raadpleeg de helpdesk

Voor al uw vragen kunt u terecht bij de VOO helpdesk.

Helpdesk

Het is aan te raden om als MR jaarlijks een activiteitenplan te maken. In dit plan neemt de MR de onderwerpen op die het komende jaar in de MR spelen. Deels zijn dat vaste onderwerpen, zoals de begroting of het ...