Het is lang geleden dat de lente zo miezerig is begonnen als dit jaar. In allerlei opzichten.
Elke werknemer heeft recht op vrije dagen, ofwel vakantie. Ook in het onderwijs hebben personeelsleden uiteraard recht op vrije dagen, meestal in de vakanties van de kinderen.
Er zijn twee typen arbeidsvoorwaarden. Primaire arbeidsvoorwaarden gaan over arbeidsduur, salaris en regeling bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Secundaire arbeidsvoorwaarden gaan onder meer over reiskosten, de pensioenregeling, en, vakantie.
Het recht op vrije dagen/vakantie wordt uiteengezet in wettelijke vakantiedagen (vastgelegd door de Rijksoverheid) en bovenwettelijk verlof (vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomst). In de cao verschilt het aantal vakantiedagen per sector, het aantal wettelijke vakantiedagen is gelijk voor iedere werknemer.
Medewerkers in het primair onderwijs krijgen 428 vakantieuren per jaar bij een fulltime dienstverband van 40 uur. Dit komt neer op 53,5 dagen van 8 uur. Werkt u 50 procent, dan heeft u dus 214 vakantieuren per jaar of 26,75 dagen van 8 uur.
Voor het opnemen van het vakantieverlof bent u als werknemer in het primair onderwijs gebonden aan de schoolvakanties. Houdt u na aftrek van de verschillende schoolvakanties nog uren over, dan kunt u de overige uren in overleg op een ander moment opnemen. Medewerkers met een onderwijsondersteunende functie zonder lesgebonden en/of behandeltaken hebben iets meer vrijheid. Zij mogen maximaal vier uur per week buiten de schoolvakanties opnemen. Hoeveel uur er van uw verlof wordt afgeschreven wanneer u een vrije dag opneemt, hangt af van het aantal ingeroosterde uren op die dag.
Wanneer precies vakantie wordt opgenomen, is in het onderwijs dus vooraf grotendeels bepaald. Daarnaast is het aan de werknemer en werkgever om onderling af te stemmen wanneer er vakantie-uren worden opgenomen. De MR heeft hier in principe niks van te vinden. Wel met betrekking tot de algemene vakantieregeling, van invloed op wanneer werknemers vrij zijn, heeft dE MR rechten.
De medezeggenschapsraad als geheel heeft een adviesrecht met betrekking tot de regeling van de vakantie (artikel 11 lid 1l WMS). Dit betekent dat wanneer de schoolvakantie wordt vastgesteld de MR hier (naast de wettelijke verplichte vakanties) advies over mag geven. Daarnaast geldt in het voortgezet onderwijs een maximum van twaalf roostervrije dagen die kunnen worden gepland (artikel 17 Inrichtingsbesluit WVO). De gehele medezeggenschapsraad heeft een instemmingsrecht bij het vaststellen van deze dagen (artikel 10j WMS).
Bram is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap en kansengelijkheid.
Meer over BramTijdens deze cursus leert u meer over hoe de MR invloed kan uitoefenen bij het vaststellen van het werkverdelingsplan.
Bekijk cursusHet is lang geleden dat de lente zo miezerig is begonnen als dit jaar. In allerlei opzichten.
In de Week van Openbare Scholen staan gelijkwaardig, vrijheid en ontmoeting en de slogan 'Openbare scholen – waar verhalen samenkomen' centraal. Deze kernwaarden en slogan zijn de basis van het actief pluriforme karakter van de openbare scholen.