Pesten

Pesten heeft een groot effect. De gepeste voelt zich vaak eenzaam en verdrietig en is onzeker en bang. Pesten kan zelfs lichamelijke en psychische klachten veroorzaken. Pesten is een groot probleem. Niet alleen op school, niet alleen voor kinderen: iedereen in de samenleving heeft er op de een of andere manier mee te maken. Helaas kunnen we pesten nooit helemaal voorkomen of uitbannen. Belangrijk is dat we het pesten op tijd signaleren en er goed mee omgaan. Alleen als alle betrokkenen samenwerken, kan pesten verminderen.

Wat is het verschil tussen pesten en plagen?

Is een opmerking maken over iemands haar of kleding plagen of pesten? En als je elke dag wel een keer een opmerking over hetzelfde kind maakt? Is dat pesten? Er is een duidelijk verschil tussen plagen en pesten. Hier lees je wat de verschillen zijn.

Plagen gebeurt vaak spontaan, het duurt niet lang en gebeurt niet dag in dag uit. Bij plagen ben je gelijk aan elkaar; niemand is de baas. Ook liggen de rollen niet vast, de ene keer plaagt de één, de andere keer plaagt de ander. Plagen gebeurt zonder iemand pijn te willen doen en is daarom vaak leuk en grappig.

Bij pesten ben je niet gelijk aan elkaar. De pester is vaak sterker of ouder en heeft een grote mond. Anderen kijken vaak tegen de pester op. Pesten gebeurt ook vaak in een groep en telkens is dezelfde persoon de klos. De pester wil pijn doen, vernielen of kwetsen. Pesten gebeurt vaker dan één keer, soms weken– of maandenlang. Het gebeurt meestal zo dat volwassenen het niet merken.

Pesten is een vorm van mishandeling, geestelijk en/of lichamelijk. Degene die gepest wordt, kan een negatief zelfbeeld ontwikkelen waar hij of zij het hele leven last van houdt. Bovendien is pesten bedreigend voor de veiligheid van het kind. Pesterijen kunnen uit de hand lopen, soms met de dood tot gevolg. Pesten mag nooit getolereerd worden. Het is geen ‘normaal’ gedrag.

Oorzaken van pesten

Vaak is het zo dat degene die pest in feite ontevreden is met zijn of haar eigen situatie. Iemand zit op één of andere manier niet lekker in zijn vel. Dat kan worden veroorzaakt door de situatie thuis, de situatie op school of een combinatie van die twee. Het ontevreden gevoel wordt geuit door een ander te pesten. De pester maakt van die andere persoon als het ware een ‘loser’, waardoor de pester zich zelf meer een ‘winner’ kan voelen.

Kinderen pesten soms ook in een poging hun eigen populariteit te vergroten of te voorkomen dat ze zelf gepest worden. Het pesten wordt vaak in stand gehouden door een groep leerlingen die ‘meeloopt’ of toekijkt.

Het kan ook zijn dat het kind thuis discriminerende opmerkingen hoort over bepaalde groepen (bijvoorbeeld homoseksuelen of buitenlanders), waardoor het gerechtvaardigd gaat lijken deze mensen te pesten.

Online pesten

Pesten via mobieltjes en sociale media heet online pesten of cyberpesten. Het is heel gemakkelijk om iemand online te pesten. Omdat je elkaar niet ziet en omdat het stiekem kan. Kinderen kunnen hier heel ver in gaan, zonder dat ouders, leerkrachten of medewerkers TSO het in de gaten hebben. Dus wees alert op deze praktijken. Als kinderen tijdens de TSO op de computer mogen, let dan op mogelijke signalen (bijvoorbeeld giechelen, groepsvorming, stiekem doen).

Pesten heeft grote gevolgen.

Het doet veel met je als je gepest wordt. Maar ook voor de pester én de rest van de klas heeft pesten gevolgen.

Gevolgen als je wordt gepest:

  • Je hebt het gevoel dat je alles fout doet;
  • Je bent soms heel alleen en verdrietig;
  • Het gaat misschien niet zo goed meer op school;
  • Je bent bang om naar school te gaan;
  • Je bent bang om nieuwe vrienden te maken;
  • Je kunt niet goed meer slapen omdat je ligt te denken aan het pesten;
  • Je gaat geloven wat de pesters over je zeggen.

Gevolgen als je pest:

  • Andere kinderen zijn een beetje bang voor je;
  • Je hebt eigenlijk niet veel echte vrienden of vriendinnen;
  • Je voelt je schuldig omdat je anderen pest, maar je weet niet hoe je moet stoppen met pesten.

Gevolgen voor de rest van de groep:

  • Er is een ongezellige sfeer in de klas;
  • Sommige kinderen doen niet meer goed mee met de les omdat ze het niet leuk meer vinden in de klas;
  • Andere kinderen uit de groep voelen zich rot. Ze vinden dat ze iets tegen het pesten moeten doen, maar durven niet omdat ze bang zijn om zelf gepest te worden.

Wat kan de school doen?

  • School moet een standpunt innemen ten aanzien van pesten;
  • De pester moet op zijn gedrag worden aangesproken, evenals de meelopers;
  • De schoolleiding, docenten, medewerkers TSO én leerlingen moeten met elkaar samen optrekken om het pesten aan te pakken.

De meeste scholen hebben een zogenaamd ‘pestprotocol’ (een lijst met regels en afspraken ten aanzien van het pesten) opgesteld, als onderdeel van het verplichte veiligheidsbeleid. Dit veiligheidsbeleid moet beschreven worden in de schoolgids en ter instemming voorgelegd worden aan de MR. Het verdient aanbeveling het pestprotocol voor iedereen zichtbaar op te hangen.  

De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) vindt dat het salaris van leerkrachten in het basisonderwijs structureel omhoog moet. Een fatsoenlijk salaris is niet alleen rechtvaardig, maar ook noodzakelijk om het lerarentekort op te lossen, stelt de VOO. Marco Frijlink, directeur-bestuurder van de VOO, stelde vorige week...



Wordt de MR tijdig geïnformeerd? Verloopt de overlegvergadering naar tevredenheid? Weet de MR wat er leeft onder de achterban? Deze en meer vragen staan in de MR-scan op infowms.nl. In 10 minuten tijd krijgen MR-leden inzicht in de stand van zaken binnen de MR en...