Beste bezoeker, in verband met de verspreiding van het coronavirus werken onze collega's zoveel mogelijk thuis. We zijn goed bereikbaar via e-mail. U kunt bij algemene vragen e-mailen naar [email protected] en voor contact met de VOO Helpdesk e-mailen naar [email protected]. Vermeld hierbij s.v.p. het telefoonnummer waarop u bereikbaar bent.

Relatie MR en RvT

Met de op 1 januari 2017 ingevoerde Wet versterking bestuurskracht is de raad van toezicht een belangrijke overlegpartner van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad geworden. De raad van toezicht en de MR moeten nu ten minste twee keer per jaar overleg voeren.


Overleg tussen MR en RvT

De MR en de raad van toezicht (RvT) hebben binnen hun onderwijsorganisatie verschillende taken en bevoegdheden, maar er is één belangrijke overeenkomst: beide organen voeren intern toezicht uit op het bevoegd gezag. De wijze waarop ze hier uitvoering aan geven loopt echter uiteen.

De raad van toezicht beoordeelt het handelen van het bestuur, ziet toe op de naleving van de wet en de Code Goed Bestuur en moet een aantal belangrijke voorgenomen besluiten goedkeuren, zoals de begroting en het strategisch beleidsplan. Daarnaast functioneert de raad van toezicht ook als klankbord voor het bestuur. Ten slotte is de raad van toezicht formeel werkgever van het bevoegd gezag.

De MR denkt en praat mee over onderwijsbeleid en behartigt de belangen van ouders, personeel en leerlingen op school. De MR heeft instemmings- of adviesrecht bij verschillende voorgenomen beleidsvoornemens van het bevoegd gezag. De medezeggenschapsraad (MR) op het niveau van de school en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) op het niveau van de overkoepelende stichting. Het is belangrijk dat de MR contacten onderhoudt met de RvT zodat misverstanden worden voorkomen. Men kan elkaar bevragen over de rol van de ander: hoe wordt de rol ingevuld, waar is het goed om op te letten en wat is lastig? De meerwaarde van contact tussen MR en Rvt ligt in de eerste plaats in het gezamenlijk bijdragen aan goede onderwijskwaliteit, maar ook weten wie de ander is en wat hij doet.


Vorm van het overleg

In de Wet versterking bestuurskracht (Wvb) zijn geen voorschriften opgenomen over de vorm waarin het overleg wordt gegoten. Evenmin zijn in de wet de te bespreken onderwerpen vastgelegd. In de praktijk komt het vaak voor dat het overleg de ene keer door de raad van toezicht en de andere keer door de GMR wordt voorbereid. Het voorzitterschap wisselt op deze wijze per keer.

Mogelijke gespreksonderwerpen zijn onder meer de kwaliteit van het onderwijs, de wijze waarop de raad van toezicht zijn werk doet, of diversiteit en segregatie op school. Maar ook speerpunten uit het strategisch beleidsplan of de profielschets en het functioneren van de raad van toezicht en het bestuur kunnen worden besproken. En ten slotte kan het gesprek gaan over het functioneren van de medezeggenschap, of actuele ontwikkelingen zoals krimp, werkdruk of het lerarentekort. Het is beter om geen onderwerpen te bespreken waarover de MR en de bestuurder nog met elkaar in overleg zijn. Het is van belang dat beide partijen zich van te voren realiseren dat het niet nodig is om tot een gezamenlijke conclusie of uitkomst van de bijeenkomst te komen of het met elkaar eens te zijn.


Rol van de bestuurder

De bedoeling van de wet is uitdrukkelijk om ervoor te zorgen dat de raad van toezicht zijn informatie over het reilen en zeilen van de onderwijsorganisatie uit meer bronnen haalt dan alleen uit die van de bestuurder. Dit impliceert dat de bestuurder niet aanwezig is bij het overleg tussen raad van toezicht en MR. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt als er belangrijke inhoudelijke thema’s worden besproken die van strategisch belang zijn voor de school. En uiteraard ontvangt de bestuurder vooraf de agenda van het overleg en wordt hij of zij na afloop geïnformeerd over de belangrijkste uitkomsten van het overleg.


Bindende voordracht

De MR heeft invloed op de samenstelling van de raad van toezicht. In de Wet op het primair onderwijs (artikel 17a, lid 2 WPO) en in de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 24d, lid 2 WVO) is geregeld dat de MR een bindende voordracht doet voor één RvT-lid. Bindend wil zeggen dat de MR het RvT-lid aanwijst en dat de raad van toezicht deze persoon in zijn gelederen dient op te nemen. In theorie hoeven het bestuur en de andere leden van de raad van toezicht het niet eens te zijn met de kandidaat, maar een zeker mate van overeenstemming komt de sfeer en de manier van werken zeker ten goede. Zodra de voorgedragen kandidaat deel uitmaakt van de raad van toezicht is hij of zij overigens gelijk aan de andere RvT-leden; er is geen last of ruggenspraak met de MR.


VOO en de RvT

Wilt u dat wij meedenken of helpen bij het vormgeven van bijeenkomsten tussen de raad van toezicht en de MR? De beleidsadviseurs van de VOO hebben daar ruime ervaring mee. Neem contact op met de VOO om uw wensen te bespreken.

Bram Buskoop
Beleidsadvies

Bram is beleidsadviseur bij de VOO en houdt zich in het bijzonder bezig met medezeggenschap en identiteitsvraagstukken.

Meer over Bram

Inschrijven voor onze nieuwsbrieven

Lees ook

    Heb je een kind dat dit jaar eindexamen zou doen? Geef haar of hem dan nu een hele lange, stevige knuffel. Ik heb net mijn zoon geknuffeld. En gefeliciteerd. Want hij is feitelijk geslaagd. Zo maar. Zonder eind ...