Vraag & Antwoord: adviesrecht MR bij tijdelijke vervanging directeur

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS werd gevraagd uitspraak te doen over de tijdelijke waarneming van de directiefunctie. Die valt op verschillende gronden onder het adviesrecht van de medezeggenschapsraad en het instemmingsrecht van de personeelsgeleiding.

De casus

Als de directeur van een school vertrekt, wil het bevoegd gezag een nieuwe directiestructuur op de school invoeren. Tot die tijd wordt een waarnemer voor 8 maanden aangesteld, maar deze waarneming zal waarschijnlijk langer duren. Naast de waarnemer (intern begeleider van de school) is een ondersteuner benoemd die ook directietaken zal vervullen. Het bevoegd gezag is van mening dat bij de voorgenomen wijzigingen de medezeggenschapsraad (MR) of de personeelsgeleiding niet om advies dan wel instemming hoeft te worden gevraagd. Omdat zowel de MR als de personeelsgeleding van de MR (PMR) van mening is dat er op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) een aantal bevoegdheden zijn, worden er interpretatiegeschillen aan de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS voorgelegd.

Uitspraak over adviesrecht van de MR

De commissie stelt dat de tijdelijke waarneming van een directeur valt onder het adviesrecht van de MR (WMS artikel 11h; aanstelling van de schoolleiding). Deze uitspraak is in lijn met eerdere uitspraken van de commissie. Ook stelt de commissie dat de MR op grond van WMS artikel 11i adviesrecht heeft over de vaststelling of wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding.

Uitspraak over instemmingsrecht van de PMR

De voorstellen van het bevoegd gezag hebben ook betrekking op een aantal instemmingsbevoegdheden van de PMR. In de eerste plaats stelt de commissie dat er sprake is van het wijzigen van de formatie. Het bevoegd gezag heeft namelijk aangegeven dat de functie van adjunct-directeur is geschrapt. Verder heeft het bevoegd gezag 40.000 euro aan de school verstrekt voor de kosten van de tijdelijke waarneming van de directiefunctie. De commissie leidt hier uit af dat er wel degelijk een wijziging van de directieformatie heeft plaatsgevonden waarbij de PMR op grond van WMS artikel 12b een instemmingsbevoegdheid heeft. Ten tweede concludeert de commissie dat er sprake is van een wijziging van de taakverdeling respectievelijke taakbelasting binnen het personeel. De commissie begint met vast te stellen dat de PMR niet met iedere wijziging van de taakverdeling binnen het personeel hoeft in te stemmen. De commissie vindt dat dit afhankelijk is van de aard en de omvang van de wijziging. In dit specifieke geval constateert de commissie dat er sprake is van een langdurige wijziging en dat bovendien de omvang en de inhoud van de IB- taken zodanig veranderen dat de PMR op grond van WMS artikel 12h een instemmingsbevoegdheid heeft.

Meer informatie? www.onderwijsgeschillen.nl > Uitspraken Onderwijsgeschillen > 106794 -15.07